|
Waarom een systeem van bewegings- analyse?
Vooraf meten is weten
Tijd is geen direct doel, tijd is een gevolg
|
1.
2.
3.
4.
1. 2.
3. 4.
5.
6.
1. 2.
3. 4.
5. 6.
|
Tijdstudies kunnen worden gemaakt met behulp van een stopwatch en tempo schatten. Daarbij moeten de volgende punten in aanmerking genomen worden: Het te bestuderen werk moet in de praktijk daadwerkelijk (kunnen) worden uitgevoerd: • voor nieuwe producten in ontwikkeling is dit niet altijd mogelijk, • aan een eerste serie kleven nog allerlei tekortkomingen, • men is er in het begin nog niet op "ingewerkt". Er is praktisch altijd een tempo- en/of prestatie schatting nodig, gebaseerd op een min of meer "subjectieve" beoordeling. Er wordt een situatie vastgelegd op één bepaald moment en dan nog meer ten aanzien van de tijd die wordt gebruikt, dan de methode, die wordt gevolgd of die zou kunnen worden gevolgd. De opgenomen of waargenomen tijd geeft zeer weinig garantie, dat de in die tijd uitgevoerde handelingen inderdaad ook noodzakelijk waren. Methodestudie op stopwatch gebaseerd is dan ook zeer moeilijk en komt meestal te laat: immers wijzigingen achteraf aan een product dat al in gebruik is, gaan in dat stadium met hoge kosten gepaard en zijn daarom vaak, gezien de seriegrootte, niet meer lonend.
Een systeem van vooraf bepaalde tijden en bewegingsanalyse, zoals WORK-FACTOR, is echter een systeem, waarmee men een bewerking van te voren qua methode kan analyseren en vastleggen in standaard elementen, nodig om die bewerking uit te voeren: De methode (en tijd) kunnen nu worden vastgesteld, voordat een bewerking wordt uitgevoerd. De methode verbetering hierop (eveneens van te voren) is nu veel eenvoudiger, omdat het systeem een duidelijk en diepgaand inzicht geeft in de methodiek en de alternatieve mogelijkheden. In dit stadium zijn veranderingen nog zonder hoge kosten aan te brengen. De optimale methode, waarbij zoals eerder gezegd ook rekening wordt gehouden met de mogelijkheden van de werkende mens, kan nu van te voren worden gekozen en van te voren worden geïnstrueerd aan de uitvoerder van de bewerkingen c.q. bewegingen. Er is nagenoeg geen subjectieve beoordeling meer, omdat methode A met methode B wordt vergeleken op basis van dezelfde standaard elementen, gebaseerd op dezelfde regels. Men kan van te voren berekenen, zelfs al in de fase van de product-, gereedschap-, en machineontwikkeling, wat verbeteringen zouden mogen kosten, op basis van de mogelijke besparingen op bewerkingskosten.
De te volgen methode is bepalend voor de “kosten” van een bewerking, niet de waargenomen tijd. De waargenomen of opgenomen tijd geeft, zoals reeds eerder gesteld, zeer weinig garantie dat de in deze tijd uitgevoerde handelingen inderdaad noodzakelijk waren; m.a.w. werden er geen overbodige handelingen verricht?! Bij methode studie als uitgangspunt elimineert men van te voren de overbodige handelingen. Het bestuderen van alternatieve werkmethoden en de keuze van de meest 'optimale methode' daaruit, leidt vanzelf tot de ‘meest economische tijd’, met andere woorden: tijd was niet het doel, maar is een gevolg. Uitgangspunt is dus altijd methode studie. Uiteraard blijft de tijd een belangrijke maatstaf voor b.v.: • taaktijd of basistijd • opbouwtijden (normen) • toeslagen R + PV • serietoeslagen • capaciteitsberekening • onderlinge afstemming en afstemverliezen • inleertijden • werkinstructies • prestatie beoordeling • arbeidskostenberekening • productie planning • winstpotentie
|